COLUMN voor 'Ontroerd'

magazine voor mensen in de uitvaartwereld

Ieder kwartaal komt er een 'OnTroerd' magazine uit om de mensen binnen de uitvaartwereld te inspireren.

Van januari 2024 tot en met januari 2026 mocht ik mijn ervaringen en bewonderingen  delen als uitvaartfotograaf .

Ondertussen kan iedereen mijn columns lezen.

COLUMN #1


Een heel leven

Tania Mertens

Spullen zonder herinneringen zijn gewoon voorwerpen. Voorwerpen mét herinneringen zijn veel

meer: ze vertellen iemands verhaal. Je kan de dingen fotograferen, catalogeren, documenteren. Of je

kan ze danig in beeld brengen dat ze zelf een verhaal gaan vertellen. Dat verhaal heeft de kracht om

generaties met elkaar te verbinden zonder dat mensen mekaar ooit echt gekend hebben.

In iemands nalatenschap en spullen zitten dus veel meer laagjes dan louter de vormen, de

voorwerpen die ze achterlieten. Het zijn herinneringen aan wie ze waren, waarin ze geloofden,

waarvoor stonden. Het zijn die kleine en schijnbaar vluchtige zaken die ik wil bewaren. Zo worden de

erfenissen van vroeger veel meer dan de voorwerpen die ooit zijn doorgegeven. Spullen krijgen in

mijn werk een heel leven, voor altijd.

Het project ‘Een heel leven’ startte in 2004. Tijdens mijn laatste masterjaar wilde ik een ode brengen

aan het leven van mijn grootmoeder, Marguerite Caron. Haar nalatenschap inspireerde de zoektocht

naar hoe ik een waardevol portret kon maken van wie ze voor mij echt was geweest. Ik keek verder,

naar de verhalen achter de dingen. Ik maakte een beeld van haar schort zoals ik mensen fotografeer

in de studio. Ik hanteerde hetzelfde licht, dezelfde achtergrond en de exacte afstand die altijd tussen

mij en de geportretteerde ligt. Het groeide uit tot een portret dat alle laagjes van mijn

grootmoeder bevatte, zoals ik e mij herinner.

Toen ik de ontspanknop indrukte, maakte ik niet zomaar foto van een schort. Het werd een portret

van mijn oma. Dat unieke beeld herinnert me aan alle heerlijke Franse gerechten die ze voor ons

klaarmaakte. Het vertelt over haar middagdutjes en aan de snikhete zomertemperaturen in een klein

Antwerps appartement. Telkens wanneer ik naar het portret van de schort kijk, zie ik haar weer. Mijn

grootmoeder. Ze lost kruiswoordraadsels op met een rood HB2-potlood van het merk BIC. De

televisie speelt zacht op de achtergrond: France 2. Het beeld van haar schort herinnert me aan hoe

‘graag gezien worden’, eruitziet. En het herinnert me elke keer aan haar, aan hoe graag ik haar zag en

altijd zal blijven zien.

COLUMN #2


Hoe stel je twee generaties aan elkaar voor, wetende dat ze elkaar nooit ‘echt’ zullen ontmoeten.

Hoe zorg je er voor dat het nalatenschap van de ene nooit een gewoon doosjes zal zijn voor de

ander.

Ik startte een zoektocht.

De aanleiding van deze zoektocht was een doosje juwelen. Juwelen afkomstig van mijn

grootmoeder, mijn meter, de mama van mijn papa.

Ik ben nog maar een tiener op het moment dat mijn meter beslist om haar ringen één voor één

van haar vingers te halen en in mijn handen te leggen.

Haar ringen definieerde voor een stuk wie ze was. Ze droeg ze altijd, gouden en zilveren ringen

door elkaar en het liefste nog aan elke vinger één.

Ik begreep niets van haar plotse beslissing om me die ringen te geven en eerlijk gezegd maakte

het me ook een beetje bang.

Mijn protest werd van tafel geveegd, “Die zijn voor jou, zo ben ik er zeker van dat je iets van mij

zal hebben”.

Ik nam ze aan en stopte ze in een doosje, allemaal te samen, zoals ze ook altijd gedragen werden,

allemaal samen.

Jaren later, wordt het doosje gevonden door mijn dochter, in het juwelenkistje waar ze eigenlijk

niet mag aankomen.

Haar ogen glinsteren. De ringen waar ze alleen maar naar mag kijken glijden over haar vingertjes.

Ik vertel haar dat de ringen ooit van haar zullen zijn.

Maar nu behoren ze mij nog even toe.

Mijn grootmoeder is de ringen, de ringen zijn zij.

Soms als ik aan haar denk heb ik niet het gevoel dat ik haar echt kende.

Ik weet natuurlijk wel dat me heel graag zag, daar heb ik nooit aan getwijfeld.

Maar wie ze nu echt was als vrouw, wat haar bezig hield, dat weet ik niet.

Wat ik te weten kom wordt vertelt door anderen die haar hebben gekend.

Maar die verhalen zijn gekleurd door de bril die zij dragen en de ervaringen die zij hadden met

haar.

Nu ik ouder ben beslis ik om niet door die brillen te kijken, het maakt niet uit wie ze was voor

anderen. Wat uitmaakt is wie ze was voor mij.

Behalve een doosje erfde ik nog iets van haar, haar liefde voor juwelen.

Ik ben gek op oorbellen, in alle maten en vormen, gouden, zilveren, houten, het maakt niet uit.

Zolang ik ze maar mooi vind. Ik draag ze elke dag en soms wissel ik zelfs gedurende dag.

Afhankelijk van hoe ik me voel.

En ik zie ook dat ik op mijn beurt die liefde voor juwelen heb doorgegeven aan mijn dochter.

Geboren Pipi Langkous met een zwak voor ringen, halskettingen, plak-oorbellen en make-up, EN

gescheurde broeken, dat ook.

Het beeld dat ik maakte van mijn dochter met de ringen van mijn grootmoeder was mijn manier

om ze aan elkaar voor te stellen.

De ringen die zo graag gezien werden door mijn grootmoeder deden de ogen mijn dochter

fonkelen.

Onze cirkel is rond, ze kennen elkaar nu.

Overgrootmoeder en achterkleinkind.

A woman with curly dark hair smiles warmly, wearing a vibrant floral blouse in a bright indoor setting.

COLUMN #3


Bestaat er zoiets als toeval vraag ik me af. Ik zou bijna geloven van niet.

Op 1 mei ben ik één van de drie afscheidsfotografen op een event dat georganiseerd werd door

Sereni in het verlengde van de expo ‘In absence’. De expo was een gedeelde ruimte waarin

genuanceerd en vernieuwend over rouw en verlies nagedacht en gesproken kon worden.

E. schreef zich in voor dit event, als mama van drie.

Al heel snel na de geboorte van haar oudste zoontje moest zij afscheid van hem nemen.

Het was daar in Hasselt dat wij ‘per toeval’ aan elkaar werden voorgesteld.

Lieve E.,

Ik kreeg het privilege om te mogen luisteren naar jouw verhaal en te voelen juist hoeveel gemis

er ook vandaag nog leeft in de kamers van jouw hart. Ik mocht naast je staan die dag en je gaf

me toegang tot dat mooie hart van jou dat wagenwijd open stond.

Je vertelde me je verhaal.

Ik zag en hoorde je verdriet.

Heel even probeerde je die tranen te bedwingen maar waarom zou je?

“Hij zou nu 12 jaar zijn “: vertelde je me, “Jasper, hij zou 12 jaar geweest zijn”. Je vertelde me

hoe het moederschap het mooiste is wat je ooit overkwam maar dat Jasper afgeven het

heftigste was wat je ooit moest doen. Drie weken hebben jullie gekregen - samen - thuisvoordat

Jasper werd opgenomen in het ziekenhuis. Jaspers hartje haalde het niet en enkele

weken na zijn opname stierf hij in de armen van zijn papa.

Vandaag is hij zichtbaar aanwezig maar alleen als je het weet. Jouw oneindig graag zien maak

je graag zichtbaar in de juwelen die je draagt. Daar heel dicht bij je kan je Jasper zien in het

koesterend gezelschap van zijn jongere broer en zus.

Als herinneringsfotograaf wilde ik daar en dan, samen met jou proberen te verbeelden wat er

in je hart leeft. Al het gemis èn al dat graag zien.

In stilte gingen we op zoek naar het beeld dat ‘verbeelden’ kan.

Verdriet overheerste.

Maar daar stoppen deden we niet, want waarom zouden we? We gingen door, zochten verder –

en langzaamaan maakte jouw verdriet ruimte voor zachtheid. Ik voelde hoe je rustiger werd. Ik

zag het aan de manier waarop je gezicht veranderde van mimiek. En nog wat later maakte de

zachtheid ruimte voor plezier, voor een schaterlach van jou en ook van mij.

Missen is niet rechtlijnig en het slijt ook niet. Het is steeds aanwezig, ook al zie je het niet en dat

is maar goed ook.

En ik weet, lieve E. – dat in jouw herinneringen en in de grootse dromen – jij en Jasper elkaar

zullen blijven ontmoeten. Afwezig en tegelijk zo heel erg aanwezig.

COLUMN #4


Ik mis je.

Ik mis de sporen van je lippen op iedere tas die je gebruikte.

Ik mis de aanwezigheid van je koppen koffie, her en der in huis verspreidt.

Ik mis de verschillende tinten rode lippenstift die kleur gaven aan je tas en aan het plekje waar je

ze achterliet.

Ik mis de suggestie van je terug te vinden in de volgende ruimte waar ik zal binnenwandelen.

Ik mis het bewijs van je bestaan.

Ik mis jou.

Soms staan daar die afdrukken… zomaar ergens op iemands tas… mijn hart maakt een

sprongetje… ook al zijn het ondertussen jouw afdrukken niet meer.

In de details zitten vaak de allermooiste herinneringen.

Niets groots, niets spectaculair, gewoon iets typisch.

Iets helmaal jij.

Iets wat ons hart even doet stilstaan.

Wat onze aandacht doet verschuiven, iets dat ons doet glimlachen en denken…

oh goeiemorgen… jij hier…

Om dan met een lichtere tred de dag verder aan te vangen.

Met een gevuld hart van toch niet echt te moeten loslaten.

COLUMN #5


Een laatste keer… want dat is wat je nu weet.

Geen enkel medicijn zal daar nog verandering in kunnen brengen.


Je wil afscheid nemen.

Heel bewust én op jouw manier.


Een laatste officiële familiereportage.

Een laatste keer samen mooi maken.

Een laatste keer uitkijken naar dat moment.

Samen voelen, zien en beleven.

Samen het leven vieren en ook afscheid nemen.


Gegibber en een traan.

Knuffelen en slikken tegelijk.

Klinken op het leven.

Tonen hoe het zit.

Hoeveel liefde je nog zou willen geven.


Ongelooflijk graag zien, daar gevoeld en beleefd, zodat het nooit meer wordt vergeten.

Een warme samenvatting.

Een begin, een puzzelstukje, voor wat straks rouwen is.


Met dank aan de familie die me telkens opnieuw vertrouwt in hun verhaal.


COLUMN #6


Over een periode van iets meer dan 6 maanden ga ik verschillende keren langs op de palliatieve zorgeenheid ‘De Mantel’ van het AZ Sint Maarten in Mechelen.

Ik mag een documentaire maken over het leven op de afdeling palliatieve zorgen.


De eerste keer dat ik de afdeling binnenwandel is dat met een bonzend hart en een stemmetje in repeat, “jij kan dit Tania, jij kan dit, JIJ KAN DIT”. Ik ga nog snel even naar het toilet waar ik koud water over mijn polsen laat lopen als ritueel om mezelf tot kalmte aan te manen.

Ik adem diep in, neem mijn camera en ga naar de eerste briefing.


Zo begon ons verhaal samen. De mensen van de afdeling en ik. Zij die er leefden en werken en ik die het in beeld mocht brengen. Zij die me zo ongelooflijk dichtbij lieten komen en ik die met een groot ontzag mijn hart openstelde voor iedereen in dit verhaal.


Ondertussen is de documentaire klaar, maar niet afgerond.

De foto’s staan klaar om gemonteerd te worden en straks ook getoond te worden aan de wereld buiten de palliatieve zorgen.


Deze ode is aan jullie, de mensen van ‘ De Mantel’


“Ik zag hoe je haar troostte, hoe de woorden die je haar toefluisterde haar rustig maakte.


En ik zag hoe jij de rolstoel en het kussen in de rolstoel manipuleerde zodat meneer zo comfortabel mogelijk zou zitten.


Ik zag hoe je zijn vrouw aanmoedigde toch even samen op wandel te gaan. Om al is het maar heel even buiten de muren van hun veilige kamer een frisse neus te halen.


Ik zag hoe je zacht haar handen vastnam en ze met zalf masseerde.


Ik zag haar nippen van haar glas cava dat jij gaf


Ik zag jullie blijdschap wanneer meneer zijn hondje eindelijk terug kon vastnemen.


Ik zag hoe blij hij was met die verrassing.


Ik zag hoe je luisterde naar haar grote verdriet.


Ik zag hoe jullie samen de patiënten aan elkaar toevertrouwden na de shift.

Ik zag wat zorg-dragen echt betekent.”



Het was een eer, een levenservaring.

Iedere ontmoeting met elk van jullie verankerde de koers die ik ga varen.

Met de taal die ik het beste ken schreef ik jullie verhaal.

Dank je wel voor jullie vertrouwen.

COLUMN #7


Het Ontroerend goed


Met verwondering ontdek ik de wereld van afscheid nemen.

Ik leer haar kennen en zie de schoonheid in haar dualiteit.


Harten vol graag zien met zoveel verdriet.

Tijd die tikt en tegelijk stilstaat.

Troosten en troosteloos zijn.

Een ruimte vol mensen en toch helemaal alleen zijn.

Ik hoor de mooiste muziek die tranen laten rollen.

Ik zie nog een laatste keer en voel dat het voor altijd is.


De wereld van afscheid nemen is een wereld die me ontroert, raakt en me leert waar het in dit leven écht om draait. Er is geen script, geen juiste manier. Er zijn alleen mensen. Mensen die zorgdragen en mensen voor wie er zorg gedragen wordt.

Het is met dankbaarheid, een open hart en vol bewondering dat ik jullie ontmoet in een wereld waar woorden niet altijd de lading dekken.


COLUMN #8


Ode aan mijn grootvader.


Stilletjes aan werd zijn wereld kleiner. Niet dat hij daarvoor gekozen had.

Het kleiner worden van zijn wereld was het directe gevolg van zijn vergetelheid.


Zijn vrijheid glipte door zijn vingers recht evenredig met de snelheid waarbij hij stukjes van de wereld vergat. Zijn wereld werd kleiner gemaakt, NIET om hem te straffen, maar om hem veilig te houden.

Zijn vrijheid van gaan en staan waar hij wilde werd ingeperkt. Het maakte hem bang.

Het maakte mij bang én boos.


Samen met zijn geheugen verdween hij. Hij stopte met herkennen. Hij stopte met de mensen te herkennen die hij zielsgraag zag. Heel af en toe een glimp. Heel af en toe een helder moment. Tot ook dat verdween. Tot hij verdween.


Ik was nog jong toen hij de wereld vergat.

Hij was te jong om hem te vergeten.


Mijn grootvader was ambachtsman, kleermaker van beroep.

Hij toverde van enkele lappen stof de mooiste kostuums.

Hij was fier op zijn metier. Op zijn vakmanschap.

Het zou verstandiger geweest zijn moest hij net zoals zijn vrienden in een grote winkelketen zijn gaan werken.

Maar dat kon hij niet.

Hij was kleermaker van beroep, niets aan te doen.

Een fiere man. Zacht hart, graag gezien door iedereen.


Ik herinner me nog zijn kleermakersatelier.

Het op één na kleinste kamertje in huis, tot de nok gevuld met kleermakersspullen.

Ik herinner me ook nog dat grote, zachte hart.  

Misschien was het wel zo zacht omdat hij het altijd volgde.